Wat Core Web Vitals zijn
Core Web Vitals zijn drie getallen waarmee Google meet hoe een pagina aanvoelt voor een echte bezoeker. Niet "hoe snel is de server", maar "hoe snel ziet iemand iets nuttigs, hoe snel reageert de pagina als je klikt, en verspringt er niets terwijl je leest". Google verzamelt die getallen via Chrome-gebruikers (het "veldrapport") en toont ze in Search Console en PageSpeed Insights.
| Afkorting | Wat het meet | Goed | Slecht |
|---|---|---|---|
| LCP Largest Contentful Paint | Hoe snel het grootste zichtbare element (meestal de hero-afbeelding of kop) op het scherm staat | < 2,5 s | > 4,0 s |
| INP Interaction to Next Paint | Hoe snel de pagina reageert als je klikt, tikt of typt (menu, filter, knop) | < 200 ms | > 500 ms |
| CLS Cumulative Layout Shift | Hoeveel de layout verspringt tijdens het laden (tekst die opschuift als een banner of afbeelding inlaadt) | < 0,1 | > 0,25 |
Alle drie groen? Dan "slaag" je. Eén oranje of rood? Dan is er werk. Google zelf noemt de invloed op ranking "licht"; het echte effect zit in conversie: bezoekers haken af op trage, springerige pagina's, zeker op mobiel.
Zo meet je het (gratis, 2 minuten)
- Ga naar pagespeed.web.dev, vul je URL in, kies het tabblad Mobiel.
- Kijk eerst naar het bovenste blok "Ontdek wat je echte gebruikers ervaren". Dat is het veldrapport, en dat is wat telt. Staat er "onvoldoende gegevens"? Dan heb je te weinig bezoekers voor een veldmeting en kijk je naar de labscore eronder als indicatie.
- Scroll naar "Diagnostiek". Daar staan de concrete oorzaken, gesorteerd op besparing.
- Herhaal voor je drie belangrijkste pagina's: homepage, een categorie- of dienstenpagina, een product- of contactpagina. Templates verschillen; de homepage is zelden de traagste.
In Google Search Console (Ervaring → Core Web Vitals) zie je hetzelfde voor je hele site, gegroepeerd per template. Handig om te zien of het probleem sitebreed is of in één type pagina zit.
De vijf oorzaken die we het vaakst zien
Bij de gratis scans die we draaien komen steeds dezelfde boosdoeners terug. In volgorde van hoe vaak we ze tegenkomen:
1. Te grote afbeeldingen (LCP)
Een hero-foto van 3.000 pixels breed en 1,8 MB, geleverd aan een telefoonscherm van 390 pixels. Oplossing: afbeeldingen schalen naar de grootte waarin ze getoond worden, opslaan als WebP of AVIF, en met srcset verschillende formaten aanbieden. Alleen de eerste afbeelding boven de vouw direct laden (fetchpriority="high"), de rest loading="lazy". Dit alleen al haalt bij de meeste sites één tot twee seconden van de LCP af.
2. Te veel scripts van derden (INP en LCP)
Chatwidget, drie trackingpixels, een reviewwidget, een cookiebanner die zelf 400 kB weegt, Google Fonts, een A/B-testtool. Elk script is op zich klein; samen blokkeren ze de pagina op een goedkope telefoon secondenlang. Oplossing: alles wat niet nodig is eruit; wat overblijft defer of async laden, of pas laden bij interactie (chat pas als iemand op het chat-icoon klikt). Onze eigen cookiebanner laadt Google Analytics bijvoorbeeld pas ná akkoord — dat is beter voor de AVG én voor de snelheid.
3. Zware thema's en pagebuilders (alles)
Een WordPress-thema met pagebuilder laadt vaak 1–2 MB aan CSS en JavaScript voor een pagina die 50 kB nodig heeft. Dat is niet met een plugin te repareren; het zit in de fundering. Vandaar dat wij nieuwe sites zonder pagebuilder bouwen — zie Website laten maken: waar op letten.
4. Trage hosting en geen caching (LCP)
Als de server al 1,5 seconde nodig heeft om de eerste byte te sturen (TTFB), is 2,5 s LCP onhaalbaar. Goedkope gedeelde hosting, geen servercaching, geen CDN. Oplossing: fatsoenlijke hosting (€10–30 per maand maakt al een wereld van verschil), paginacaching aan, een CDN zoals Cloudflare ervoor. Bij statische sites, zoals de meeste van onze eigen sites, is de TTFB standaard onder de 100 ms.
5. Verspringende layout (CLS)
Afbeeldingen zonder afmetingen, een cookiebanner die bovenaan de pagina inschuift, een lettertype dat laat inlaadt en de tekst herschikt, een advertentieblok dat later verschijnt. Oplossing: altijd width en height op afbeeldingen, banners onderaan of als overlay, font-display: swap met een fallback-lettertype van vergelijkbare grootte, en ruimte reserveren voor alles wat later inlaadt.
Speciaal voor webshops
Webshops hebben er twee problemen bij. Categoriegrids met 40 producten × 1 afbeelding: allemaal lazy laden behalve de eerste rij. En filters, winkelwagen en zoeksuggesties zijn JavaScript-zwaar: dat is de INP-killer. Test niet alleen de laadtijd maar ook: hoe snel reageert een filterklik op een middenklasse-telefoon? Meer hierover in SEO voor webshops.
Wat je zelf kunt doen vs. wat je uitbesteedt
Zelf te doen in een middag
- Afbeeldingen comprimeren en omzetten naar WebP (gratis: Squoosh.app; in WordPress: een plugin als ShortPixel of Imagify).
- Ongebruikte plugins, widgets en trackingcodes verwijderen. Wees streng: als niemand het rapport leest, mag de tracker weg.
- Caching-plugin aanzetten en Cloudflare (gratis tier) ervoor zetten.
- Google Fonts beperken tot 2 families en de gewichten die je echt gebruikt.
Uitbesteden is nodig als het probleem in het thema of de code zit, als de INP structureel rood is, of als je na bovenstaande stappen nog steeds oranje/rood staat in het veldrapport. Vraag dan altijd om een voor- en na-meting; snelheid is één van de weinige SEO-onderdelen die je keihard kunt bewijzen. Zie ook SEO uitbesteden: 12 vragen.
Waarom snelheid ook telt voor AI-zoekmachines
Crawlers van Perplexity, OpenAI en Google hebben een tijdslimiet per pagina. Een pagina die traag rendert of tekst pas via JavaScript toont, wordt vaker overgeslagen of half gelezen. Snelle, server-side gerenderde HTML is dus ook een voorwaarde om geciteerd te worden — zie Vindbaar in ChatGPT en AI Overviews.
Kort samengevat
Core Web Vitals = laadt het snel (LCP), reageert het snel (INP), staat het stil (CLS). Meet op mobiel via PageSpeed Insights, kijk naar het veldrapport, en pak in volgorde aan: afbeeldingen, scripts van derden, thema/pagebuilder, hosting/caching, layout-verschuivingen. De meeste winst zit in de eerste twee en kun je zelf pakken.
Veelgestelde vragen
Wat is een goede PageSpeed-score?
De score van 0–100 in PageSpeed Insights is een labscore en niet wat Google gebruikt voor ranking. Belangrijker is het blok 'Ontdek wat je echte gebruikers ervaren' bovenaan: daar moeten LCP, INP en CLS groen zijn (LCP onder 2,5 s, INP onder 200 ms, CLS onder 0,1). Een labscore van 70+ op mobiel is voor de meeste sites prima; boven de 90 is mooi maar zelden nodig.
Hoeveel invloed heeft snelheid op mijn positie in Google?
Beperkt maar echt. Snelheid is een 'tiebreaker': bij vergelijkbare relevantie wint de snellere pagina. Groter is het indirecte effect: een trage site heeft een hoger bouncepercentage en lagere conversie. Elke seconde extra laadtijd op mobiel kost gemiddeld 10–20% conversie.
Mijn site scoort slecht op mobiel maar goed op desktop. Hoe kan dat?
PageSpeed simuleert op mobiel een goedkope telefoon met een trage 4G-verbinding. Zware JavaScript, grote afbeeldingen en veel externe scripts (chat, tracking, fonts) doen op zo'n toestel veel meer pijn dan op een laptop. Omdat Google mobile-first indexeert, telt de mobiele meting.
Kan ik Core Web Vitals verbeteren zonder de site opnieuw te bouwen?
Vaak grotendeels: afbeeldingen comprimeren en naar WebP, lazy loading, overbodige plugins en scripts verwijderen, caching en een CDN aanzetten, betere hosting. Zit het probleem in het thema of de bouwer (bijvoorbeeld een pagebuilder die 2 MB CSS laadt), dan is opnieuw bouwen soms goedkoper dan repareren.
Verder lezen in de kennisbank
- SEO voor webshops — Categorie-, filter- en productpagina's, feeds en reviews: de volgorde die écht omzet oplevert.
- Vindbaar in ChatGPT & AI Overviews — De GEO-checklist: llms.txt, structured data, citeerbare alinea's, entiteiten en hoe je meet of het werkt.
- SEO uitbesteden: 12 vragen — Hoe je een SEO-bureau toetst op garanties, contracten, rapportage en eigendom — en wanneer je het zelf doet.
- Website laten maken: waar op letten — Eigendom, snelheid, SEO vanaf dag één, onderhoud en de vragen die je de bouwer stelt vóór je tekent.